Traumaoverleg Euregio | Prehospitale triage blijft uitdaging om concentratienorm te halen
Negentig procent van de multitraumapatiënten moet volgens de norm direct naar het level 1-traumacentrum vervoerd worden. Dat halen we bíjna in de Euregio. Tijdens het 92e Trauma-overleg Euregio in september gaven zorgprofessionals hun visie op het overwinnen van de laatste hobbels.
Jelmer van der Burg heeft als verpleegkundige van zowel Ambulance Oost als op de spoedeisende hulp (SEH) in Medisch Spectrum Twente (MST) een goede kijk op de zorgketen. Hij ging tijdens zijn presentatie in op de prehospitale triage van traumapatiënten. Aan de hand van illustrerende geluidsopnames van verschillende meldingen werd duidelijk dat het voor meldkamercentralisten moeilijk is om bij een 112-melding in kaart te brengen wat de situatie is op de ongevalslocatie. Hoeveel slachtoffers zijn er? Wat is de toestand van de slachtoffers? Wat is de exacte locatie? Deze informatie is nodig om een juiste inschatting te kunnen maken van de middelen die ingezet moeten worden. Vervolgens is het de taak én de uitdaging van het ambulanceteam om te kiezen naar welk ziekenhuis de patiënt vervoerd moeten worden.
Letselcodering achteraf
Jelmer wees erop dat het kan voorkomen dat de ambulance een bepaalde patiënt volgens het Landelijk Protocol Ambulancezorg (LPA) naar ieder traumalevel- ziekenhuis mag brengen, maar dat zo’n patiënt achteraf, volgens de letselcodering, tóch een multitraumapatiënt blijkt te zijn – en eigenlijk naar het level 1-traumaziekenhuis had gemoeten, volgens de normen. De interpretatie van de LPA-criteria wierp tijdens de avond verdere discussie op. Wat is bijvoorbeeld “relevant”, als het LPA spreekt over “relevant stomp-, buiken thoraxletsel”? Of: zou een afwijkende saturatie van de patiënt een indicatie voor een level 1-traumaziekenhuis kunnen zijn?
Feedbackbericht
Voor de ambulancediensten kan het feedbackbericht vanuit de SEH in de toekomst voor een lerend effect zorgen, waardoor duidelijker wordt welke gewonde patiënten naar het level 1- traumaziekenhuis gebracht moeten worden. Als meeneemboodschap gaf Jelmer aan: kies bij twijfel en ook bij oudere patiënten altijd voor het level 1-centrum.
Bewustwording
Traumachirurgen Harald van Loon (Ziekenhuisgroep Twente; ZGT) en Barbara Kreis (Streekziekenhuis Koningin Beatrix; SKB) deelden kort het perspectief op de 90%-concentratienorm vanuit respectievelijk een level 2- en level 3-traumacentrum. Harald gaf aan dat er op de SEH steeds meer bewustwording is over dit onderwerp, vooral als het gaat om de vooraankondiging van een traumapatiënt. Extra focus op het traumamechanisme en de leeftijd van de patiënt kunnen mogelijk zorgen voor een toename van het percentage multitraumapatiënten dat rechtstreeks vervoerd wordt naar het level 1-centrum. Barbara benoemde dat het heel duidelijk is dat multitraumapatiënten niet op de SEH van SKB horen te komen; de praktijk is echter weerbarstiger. Soms komen multitraumapatienten met eigen vervoer of via de huisarts naar de SEH van SKB, hoewel dit niet de bedoeling is. Het is in dat geval belangrijk om goede opvang te kunnen verlenen.
Barbara vertelde dat SKB zich hierop voorbereidt door alle betrokken bij de traumaopvang te scholen in Advanced Trauma Life Support (ATLS) en dat ze ook maandelijks oefenen.
Kengetallen
Sander van Stigt, traumachirurg van MST, lichtte de landelijke en regionale kengetallen van de traumazorg toe. In de Expertgroep Trauma wordt jaarlijks een terugkoppeling gegeven van de multitraumapatiënten die in ZGT en SKB zijn gekomen. Uit deze terugkoppeling van de afgelopen vijf jaar blijkt onder andere dat veruit de meeste multitraumapatienten bij binnenkomst in het ziekenhuis geen afwijkende fysiologische toestand hadden en met name in de categorie ISS tussen 16 en 25 vallen.
Casuïstiek
Na de koffiepauze werd de bijeenkomst hervat met casuïstiek van traumapatiënten die vanuit de regio naar MST zijn overgeplaatst, met als doel om te leren van elkaar. Arts-assistent chirurgie Michiel Damhuis begon met het laten horen opnames van een 112-melding bij de meldkamer ambulancezorg, die in aanvulling op het verhaal van Jelmer duidelijk maakten hoe ingewikkeld het proces van de triage is. Vervolgens werd de opvang van de patiënt met een fietsongeval besproken. Uit de casus bleek dat MST meerdere ernstig gewonde patiënten tegelijk kan opvangen en dat een overplaatsing zorgt voor tijdverlies voor de patiënt. Een andere casus liet zien dat niet alleen multitraumapatiënten binnen de regio worden overgeplaatst. Het betrof een motorcrosser waarbij door een val sprake was van een ischemische dunne darm door een volledig afgescheurd mesenterium. Dit is volgens de letselcodering geen multitraumapatiënt, maar wegens de benodigde specialistische zorg was overplaatsing naar MST noodzakelijk.
Dienst Speciale Interventies (DSI)
Tenslotte vertelden twee medics van de Dienst Speciale Interventies (DSI) over hun werk en de raakvlakken die dat heeft met prehospitale hulpverlening. DSI heeft als overkoepelende dienst de leiding heeft speciale eenheden van zowel de politie als defensie. De dienst is gespecialiseerd in het bieden van een snelle en effectieve reactie op bijvoorbeeld terrorisme, gevaarlijke en vuurwapengevaarlijke verdachten. DSI-medics werken onder de verlengde arm van een arts en mogen, ondanks dat ze geen BIG-registratie hebben, een aantal voorbehouden, op trauma gerichte, medische handelingen uitvoeren. Zij bevinden zich vaak midden in de dreigende situatie en vormen een schakel tussen MMT-artsen en ambulancepersoneel die meestal wat verder weg van gesitueerd zijn. Het was voor de aanwezigen heel nuttig om meer achtergrondinformatie over deze bijzondere prehospitale vorm van hulpverlening te krijgen. Tot slot lieten de medewerkers van de DSI zien over welke middelen zij beschikken om tijdens een gevaarlijke situatie in te kunnen zetten en vertelden zij over een aantal indrukwekkende situaties waarbij zij betrokken zijn geweest.
Meld je vast aan voor het volgende traumaoverleg op 10 december
