Gesimuleerde ramp op de grens: Nederlandse en Duitse hulpdiensten oefenen samen
De stemming zit er goed in tijdens het hardrock-festival in Losser, vlak bij de grens met Duitsland. Duizenden festivalgangers genieten van een sterk optreden van de hoofd-act. Maar dan slaat het noodlot toe. Plotseling stort het podium in en sleurt de enorme masten met de geluidsinstallatie met zich mee. Paniek, meer dan honderd gewonden, van wie vele ernstig. Binnen een paar minuten komen de eerste meldingen binnen bij Meldkamer Oost-Nederland. Wat nu?
Schrik niet, dit is een fictief scenario. Het stond centraal bij de grensoverschrijdende oefening die we op 14 juni hielden samen met GHOR Twente, Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland, Kreis Borken en Grafschaft Bentheim. Het festivalterrein was in werkelijkheid een whiteboard, de slachtoffers plastic magneetpoppetjes van het Emergo Train System, waarmee we gedetailleerd kunnen simuleren hoe Nederlandse en Duitse hulpverleners samenwerken tijdens een grote ramp.
Praktische vragen
Hoe verloopt de communicatie tussen de Nederlandse en de Duitse meldkamer? Hoeveel ambulances kunnen de Duitsers naar Nederland sturen? Weet een Duitse ambulance-ploeg waar ze zich moeten melden als ze op de plaats van de ramp komen? Is het handiger om de Duitse ambulances met patiënten naar een Nederlands ziekenhuis te laten rijden of juist naar een Duits ziekenhuis? Wat is daar de opnamecapaciteit? Een hele reeks van praktische vragen die je alleen door samen te oefenen kunt beantwoorden.
Twee filosofieën
Wat op de achtergrond meespeelt: Nederland en Duitsland hebben ieder een andere ‘filosofie’ voor hulpverlening tijdens rampen. Oefenleider Frank Polman, specialist opleiden, trainen en oefenen bij GHOR Twente, zette voor de oefening begon de verschillen op een rijtje tijdens een presentatie. Nederland zet in op ‘scoop and run’: slachtoffers snel stabiliseren en zo snel mogelijk op transport naar een ziekenhuis. De Duitse aanpak draait om ‘stay and play’: slachtoffers zo veel mogelijk op de plaats van de ramp behandelen.
De ene aanpak is niet per definitie beter of slechter dan de andere. Maar als je tijdens een ramp moet samenwerken, is het goed om je als hulpverlener van het verschil in routine bewust te zijn.
Meldkamer en Leitstelle
Terug naar de ‘ramp’. Vincent van Heck, in het dagelijks leven meldkamercentralist, ‘speelt’ Taakverantwoordelijke Command en Control, die als eerste ter plaatse is op de plaats van de ramp en het aantal slachtoffers inventariseert. Hij vraagt vrijwel direct vijf Duitse ambulances aan bij meldkamercentralist Carolien Doldersum.
Doldersum meldt bij de Duitse Leitstelle (meldkamer), gespeeld door Dirk Gebing, teamleider Leitstelle van Kreis Borken, dat zich aan de Nederlandse kant van de grens een grote ramp voordoet. Ze belt een paar minuten later terug om door te geven wat ‘Nederland’ precies nodig heeft. “Dat vond ik heel aangenaam” vertelt Gebing achteraf. “Daardoor had ik tijd om alvast een inventarisatie te maken”.
Realistische aanrijtijden
Ondertussen verplaatsen de oefenleiders plastic plaatjes van Nederlandse en Duitse ambulances naar het whiteboard. Daarbij letten ze erop dat de ‘aanrijtijden’ realistisch zijn. Inmiddels hebben de Nederlandse en Duitse deelnemers, die eerst nog ieder aan één kant van de kamer stonden, elkaar letterlijk opgezocht. Er ontstaat ‘op het festivalterrein’ een efficiënte uitwisseling tussen de Nederlandse Officier van Dienst Geneeskundig (OvDG) Jorn Floors en de Duitse Leitender Notarzt Hanjo Groetschel.
Wat de Nederlandse deelnemers prettig verrast: er blijkt een grote capaciteit aan Duitse ambulances te zijn. “Ik heb daar dankbaar gebruik van gemaakt”, vertelt Floors achteraf. “Ik kwam gaandeweg de oefening een mentale drempel over om patiënten vlot door te sturen naar ziekenhuizen in Duitsland. Hanjo deed me bovendien het aanbod om de Duitse Notarzt in de ‘hotzone’ in te zetten bij de triage, dat vond ik een goed idee.” Iets wat tevoren niet was gepland, benadrukt hij.
Brandwondenslachtoffers
“We konden in het veld echt op detailniveau overleggen”, prijst Groetschel van zijn kant. “Bijvoorbeeld over welk Duits ziekenhuis het meest geschikt was als bestemming voor kinder- of brandwondenslachtoffers”. Op het moment dat de oefening wordt beëindigd zijn 8 zwaargewonden naar Duitsland vervoerd: meer dan vooraf gedacht.
Tijdens de evaluatie is er veel waardering voor elkaars kunde en materieel. Een punt van aandacht is nog de tracering van Nederlandse slachtoffers die naar Duitsland gaan. Het zou zinnig zijn als in geval van een ramp de Leitstelle deze gegevens bij de Duitse ziekenhuizen opvraagt en gebundeld doorgeeft aan de Nederlandse meldkamer, is de voorlopige conclusie.
(Foto’s: Anna-Maria Levers / Kreis Borken)

