Ontwikkelingen ROAZ-plan: toekomstbestendige acute geboortezorg in de Oost-Achterhoek

Eén van de ‘prioritaire opgaven’ van het ROAZ-plan is een toekomstbestendige acute geboortezorg. Nienke Meijnen-van Dijk van Verloskundig Samenwerkingsverband (VSV) Oost-Achterhoek is in deze regio de ‘bestuurlijk ambassadeur’ voor deze opgave. Zij geeft een update over de laatste ontwikkelingen.

Wat zijn de grootste uitdagingen in de Oost-Achterhoek?

De vergrijzing komt ook in de Oost-Achterhoek eraan, dus personeelstekort zal in de toekomst een probleem worden. Bovendien is het een uitgestrekt gebied. We willen ons goed voorbereiden om de zorg te kunnen waarborgen.

Wat voor invloed heeft het ROAZ-plan op jullie organisatie?

Om de prioritaire opgave te kunnen vervullen gaan we de juridische entiteit van onze organisatie VSV Oost-Achterhoek veranderen. Daarbij heeft een externe partij ons geholpen met behulp van werksessies, interviews en bijeenkomsten inzicht te krijgen waar onze gezamenlijke belangen liggen en hoe we het beste gebruik kunnen maken van elkaars expertise en competenties om zo efficiënt mogelijk samen te werken. We kijken naar de mogelijkheid om een VSV-coördinator aan te stellen die overzicht heeft en projectgroepen professioneel kan aansturen. We zijn met weinig mensen, dus we hopen dat dit tijdswinst oplevert.

Hoe versterken jullie de samenwerking tussen de praktijken en het ziekenhuis?

We hebben verschillende projectgroepen opgezet. Een daarvan is ‘kijkje in de keuken’, we lopen dan een dag met elkaar mee. Ook zijn we een buddy-project gestart, waarbij alle verloskundige praktijken zijn gekoppeld aan een specifieke gynaecoloog van Streekziekenhuis Koningin Beatrix (SKB) in Winterswijk. Op die manier hebben de praktijken een vaste gynaecoloog om zaken mee te bespreken. Zo worden alle intakegesprekken met zwangere vrouwen met deze gynaecoloog besproken. Vroeger gingen we daarvoor naar het ziekenhuis, nu komt de gynaecoloog af en toe naar de praktijken toe.

Jullie willen ook triage en overdracht standaardiseren?

We willen inderdaad versterkt de zogenaamde SBAR-methode inzetten om de communicatie onderling te versterken. Ook zullen alle praktijken overgaan op de Nederlandse Triagewijzer Verloskunde (NTV). We gaan daarvoor scholingen organiseren. Dat is ook een deeloplossing voor de capaciteitsproblematiek: door de triagewijzer kunnen we goed prioriteren welke zorg nodig is. Al die stapjes dragen bij tot de totstandkoming van een integraal zorgpad.

Wat verwacht je van dit integrale zorgpad?

Dat de zorg voor de cliënt zo efficiënt mogelijk kan. De zwangere wordt begeleid en behandeld door één team. We hebben daarbij de ambitie: ‘door de verloskundige als het kan, door de gynaecoloog als het moet’. Door protocollen tegen het licht te houden, komt de cliënt op het juiste moment bij gynaecoloog terecht. Dat is niet alleen kostenefficiënter, maar ook prettiger voor de cliënt.

Wat is hier verder voor nodig?

Als je goed wil samenwerken, heb je integrale dossiervorming nodig. Bij een overdracht is alle informatie inzichtelijk en kent deze een vloeiend verloop. Dat is een immens project, waar nu veel energie in gaat zitten. We hebben hiervoor een speciale projectgroep, die wordt ondersteund door een externe partij. De praktijken en het ziekenhuis werken nu ieder met een eigen computersysteem. Elders in het land zijn verloskundepraktijken succesvol overgegaan op HiX, het digitaal patiëntendossier dat in ziekenhuizen wordt gebruikt. Om zo’n overstap te betalen gaan we een aanvraag doen voor gelden die beschikbaar zijn in het kader van het Integraal Zorgakkoord (IZA).

Acute Zorg Euregio